Deze column verscheen in de Groenlose Gids van 12-04-'23
De Pam Pam in de jaren 90 bestond uit drie delen. De trap op
stond bekend als boven. In de discotheek voor alternatievelingen was het daar het
alternatiefst. Sigarettenrook vermengde zich er met de geuren van Zwarte
Afghaan, Blonde Maroc en Nederwiet. Daar was ik zelden. Op de dansvloer, het
hart van de discotheek, danste je naar hartenlust. En in het stiltecentrum kwam
je op adem nadat je ‘ze’ op de dansvloer, al pogoënd, had toegeschreeuwd dat
je, fuck you, niet ging doen what they told you. Of je kwam er zelfvertrouwen
tanken, of een geknakt ego wegdrinken. Of je ging daar zitten als je enige versiertruc
er eentje van de lange adem was: de goede vriend, het luisterend oor. In het
stiltecentrum was ik dus veel te vinden. Een lesbische vriendin vertrouwde me
daar toe dat ik de meest homofiele heteroseksueel was die ze kende. Dat bedoelde
ze als compliment. En, hoewel ik me schaamde voor mijn kennelijke gebrek aan
mannelijkheid, uit haar mond voelde het ook als compliment.